zondag 8 januari 2012

Wintergedicht

Geruisloze woorden,
ondergesneeuwde voeten
In tijd ingevroren
om later te ontdooien
Mijn laatste adem bevriest
en rondom me dwarrelen ijskristallen
zoals sneeuwvlokjes
op een hand gevlochten ijstapijt
Door het tapijt
priemen frisgroene blaadjes
De warmte van liefde
ontdooit de woorden
die groeien en bloeien
Stilaan beweeg ik me
en merk dat ik omringd ben
door al die schoonheid,
door mensen
Ik sla mijn armen rond hen heen
als een groot wolkendeken
en open hun aan het zicht onttrokken slapeloze ogen
De stilte bevriest hun gedachten
Deze woorden doen hen leven,
herleven

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen